Nieuws vanuit de club

 

 

 Beste leden

Wij wensen u en uw dierbaren alle goeds voor 2026. 

Wij hopen dat dit nieuwe jaar u weer veel bridge-genot zal brengen en wij zullen er alles aan doen om dit voor u ook mogelijk te maken.

Het bestuur

 

Bridgedrives in de regio:

Open winterdrive in Lochem incl lunch

Zaterdag 14 februari  Kosten 68 euro per paar

Meer info bij Hans Kraaijenvanger / Bert Dijkmans

 

Hieronder treft u aan aantal situaties aan die die tot een beroep op arbitrage kunnen leiden.


Ongeoorloofde informatie

Tijdens een bridgespel proberen de spelers informatie te verzamelen over de manier waarop de kaarten in de onzichtbare handen verdeeld zijn.

De manier waarop dit gebeurt mag alleen door middel van:

  • Reglementair bieden en spelen
  • Gedragingen van de tegenstanders

Toch kunnen sommige spelers hun gemoedstoestand moeilijk onderdrukken, wat zich bijvoorbeeld uit in zuchten, schouders ophalen of gezichtsuitdrukkingen.

Soms wordt er zelfs gepraat: "Dan probeer ik maar 4 schoppen" (dus partner, niet meer doorbieden!).

Op het moment (en niet eerder) dat de partner gebruik maakt van een dergelijke actie is er sprake van ongeoorloofde informatie.

Voorbeeld

U zit Zuid en het bieden gaat als volgt:

Z W N O
1♦ 1♥ pas pas
?      

Na de lange denkpauze van uw partner Noord bent u weer aan de beurt om te bieden. Op dat moment moet u zich afvragen wat u had gedaan zonder die denkpauze.

hand 1 hand 2

Met Hand 1 had u gepast, want u hebt met uw 1♦-bod alles over uw hand vertelt. Stort u zich toch in de bieding, dan maakt u gebruik van de ongeoorloofde informatie van uw partner.

Hand 2 rechtvaardigt echter, ook zonder denkpauze, een 2♦-bod.

Uiteraard weten uw tegenstanders niet welke hand u hebt. Na een eventueel 2♦-bod kunnen zij het best aan u kenbaar maken dat zij na afloop van de bieding even de arbiter willen roepen. Uiteraard hebt u daar geen moeite mee; u hebt immers Hand 2.


Wijziging bod

Er kunnen twee redenen zijn waarom u uw gedane bieding zou willen wijzigen: u heeft de verkeerde biedkaart uit de biddingbox gehaald, of u wilt toch liever iets anders bieden. Als u iets anders wilt bieden dan de biedkaart die op tafel ligt, moet u altijd toestemming vragen aan de arbiter. De arbiter zal u vertellen wat uw rechten zijn.

Stel, u wilt 1♥ bieden en tot uw schrik ziet u dat 1♠ op tafel ligt. U heeft per ongeluk de verkeerde biedkaart uit de biddingbox gepakt of de 1♠-biedkaart is blijven plakken. Tot uw partner een bieding doet, mag u uw onopzettelijk gedane bieding straffeloos vervangen door uw voorgenomen bieding. Dus u mag uw bieding ook wijzigen als uw linkertegenstander al geboden heeft. Uw linkertegenstander mag nu zijn gedane bieding intrekken. Het bieden gaat gewoon verder.

Het volgende voorbeeld lijkt op het vorige, maar is wezenlijk anders. U heeft de volgende hand (u opent 1♥/1♠ als u een 5-kaart heeft).

hand

en u biedt 1♥, oh nee, toch liever 1SA. De eerste bieding was nu geen vergissing, maar u heeft zich bedacht. Er is nu wel erg veel informatie over tafel gegaan. Uw partner weet dat u een 5 kaart harten heeft én 15 tot 17 punten. Toch kan uw linkertegenstander uw vervangende bieding van 1SA accepteren en het biedverloop gaat zonder straf door. Ook nu mag uw linkertegenstander zijn eigen bieding intrekken, echter als hij zijn bieding heeft gedaan voordat 1♥ werd vervangen door 1SA.

We gaan er nu vanuit dat uw bieding reglementair was (geen bod voor de beurt, onvoldoende bod of iets dergelijks). Als uw linkertegenstander uw vervangende bieding van 1SA niet accepteert, wordt zij geannuleerd. De arbiter zal u laten kiezen uit twee mogelijkheden.

U kunt kiezen:

  • 1e mogelijkheid: u handhaaft uw 1-♥ bod en voor straf moet uw partner passen wanneer het de eerstvolgende maal zijn beurt is om te bieden of,
  • 2e mogelijkheid: u biedt toch 1SA (of een andere bieding) en het bieden gaat normaal door. Uw partner moet nu bieden alsof hij het 1♥ bod heeft gezien. Hij mag met een 3 kaart harten geen 2♥ bieden!

Kiest u voor de tweede mogelijkheid, dan is de straf voor u en uw partner, dat u op dit spel geen hogere score krijgt dan 40%. Is uw score die avond lager dan 40%, dan krijgt u die score ook op dit spel. Uw tegenstanders behouden de behaalde score op dit spel.

Dit is nog niet alles. Als u tegenspeler wordt op dit spel, kunnen voorspeelstraffen van toepassing zijn (zie voorspeelstraffen).


Verzaking

Verzaken is bijvoorbeeld geen schoppen bekennen, terwijl u nog wel kaarten in die kleur heeft. Een verzaking moet hersteld worden, tenzij u of uw partner een kaart heeft gespeeld in de volgende slag. Dus, als tijdig wordt bemerkt dat er verzaakt is wordt de verzaking hersteld. De kaart waarmee is verzaakt gaat terug en de verzaker moet bekennen. De teruggenomen kaart wordt een strafkaart. De arbiter zal uitleggen wat er met deze strafkaart gebeurt.

Wie mag aan wie vragen of er wordt verzaakt?

  • de leider mag het aan een tegenspeler vragen.
  • de dummy mag dit aan de leider vragen.
  • de tegenspelers mogen het aan de leider vragen (niet aan elkaar !).

Heeft u of uw partner een kaart gespeeld in de volgende slag, dan is de verzaking voldongen en wordt het spel afgespeeld. De arbiter beslist achteraf wat de consequenties zijn en stelt eventueel de score bij.

Hoeveel slagen worden er nu overgedragen aan de niet-overtredende partij na een voldongen verzaking?

Overtreder maakt de slag, waarin is verzaakt.

Heeft u de slag waarin u verzaakte gemaakt, dan wordt één slag overgedragen aan de tegenpartij.

Heeft u of uw partner na de verzaking nog een slag gemaakt, dan worden twee slagen overgedragen.

Overtreder maakt de slag, waarin is verzaakt, niet..

Heeft u de slag waarin u verzaakte niet gemaakt, maar uw partner maakte deze slag wel òf een van uw beiden maakte een van de volgende slagen, dan wordt één slag overgedragen.

Als u bovendien nog een slag maakt met een kaart die u reglementair had kunnen bijspelen in de verzaakte slag, wordt één extra slag overgedragen.

Overtredende partij maakt geen enkele slag.

Heeft uw partij noch de slag waarin verzaakt werd gemaakt, noch een van de volgende slagen, dan worden er geen slagen overgedragen. Er volgt dus geen straf.

Tenslotte:

Als de arbiter van mening is dat de verzaking tot gevolg heeft gehad dat de leider bijvoorbeeld 3 down is gegaan op een spel, terwijl elk ander paar het contract gemaakt heeft, kan hij/zij een arbitrale score toekennen. De arbiter kan bepalen dat de overdracht van twee slagen de leider onvoldoende schadeloos stelt voor de gemaakt overtreding.


Bod voor de beurt

Elke, met de beeldzijde naar boven, voor de beurt voorgespeelde kaart mag worden geaccepteerd. Dit geldt voor zowel de tegenspelers als de leider.

Uitkomst voor de beurt

Wordt er, door een tegenspeler, met de beeldzijde naar boven uitgekomen uit de verkeerde hand, dan heeft de leider de volgende mogelijkheden:

  • de leider wordt dummy en de dummy wordt leider
  • de leider accepteert de uitkomst en blijft leider
  • de leider accepteert de uitkomst niet

Als de leider besluit om dummy te worden, wordt de gespeelde kaart geaccepteerd (dus geen strafkaart) en gaat het spelen gewoon door. Accepteert de leider de uitkomst, dan gaat het spelen verder en volgt er geen straf. De leider blijft leider en hij/zij speelt de tweede kaart in de slag uit de hand. Als de leider de uitkomst niet accepteert wordt de gespeelde kaart een grote strafkaart en moet uit de juiste hand worden uitgekomen.

Voorspelen voor de beurt

Door de leider:

Als de leider uit de dummy of hand voor de beurt voorspeelt, terwijl het de beurt was van een tegenspeler, mag elk van de beide tegenspelers dit accepteren. Als één van de tegenspelers de gespeelde kaart niet accepteert, gaat de gespeelde kaart straffeloos terug. De leider en de dummy krijgen namelijk nooit een strafkaart. Ook als de leider uit zijn hand moest spelen, maar een kaart in de dummy noemt of andersom, mogen de tegenspelers de genoemde kaart accepteren. Gaan zij echter niet akkoord, dan moet de leider vanuit de hand voorspelen.

Door een tegenspeler:

Wanneer de leider een voor de beurt voorgespeelde kaart niet accepteert wordt de gespeelde kaart een grote strafkaart en moet uit de juiste hand worden uitgekomen.

Denk eerst na voordat u een besluit neemt als er uit de verkeerde hand wordt voorgespeeld. Het kan gunstig zijn om de gespeelde kaart te accepteren of dummy te worden.

Ga niet akkoord met een snel teruggestoken kaart, maar roep de arbiter.

Zoals u heeft gelezen zijn er nogal wat mogelijkheden voor de leider. Maar ook voor een tegenspeler kan het voordelig zijn een voor de beurt voorgespeelde kaart te accepteren.


Onvoldoende bod

Een voorbeeld van een onvoldoende bod:

Z W N O
    1♥ 1♠

Oost heeft een onvoldoende bod gedaan door 1♣ bieden. Zuid mag dit bod accepteren door een bieding te doen. In dit geval mag dat elke bod boven 1♣ zijn.Zodra Zuid een bieding doet, is het onvoldoende bod geaccepteerd en gaat de bieding door alsof er niets is gebeurd. Als Zuid het onvoldoende bod opmerkt en niet accepteert, moet de arbiter worden geroepen. Deze bepaalt dat het onvoldoende bod moet worden vervangen door :

  • het laagst voldoende bod in dezelfde speelsoort. Als Oost zijn onvoldoende bod verandert in 2♣ gaat het bieden gewoon door en volgt er geen straf.
  • een ander voldoende bod of pas. Als Oost zijn onvoldoende bod verandert in een ander bod dan 2♣ of past, dan moet zijn partner verder passen (er kunnen eveneens voorspeelstraffen van toepassing zijn).

Onder geen beding mag het onvoldoende bod worden veranderd in doublet of redoublet. Gebeurt dit toch, dan wordt deze poging geannuleerd en moet de partner verder passen.

N.B. Het wordt niet als onethisch beschouwd als u gebruik maakt van een onvoldoende bod van uw tegenstanders. Denk dus eerst goed na voordat u eist dat de tegenstander een bod voldoende maakt. In voorafgaand voorbeeld kunt u bijvoorbeeld 'goedkoop' 1♠ of 1 SA bieden.


Voorspeelstraf

Als een bieding wordt ingetrokken en u een andere bieding kiest, kan uw partij te maken krijgen met voorspeelstraffen

als u tegenspeler wordt (zie wijziging van de bieding).

  1. Bieding die duidde op een bepaalde kleur.
    Als uw ingetrokken bieding duidde op een bepaalde kleur en die kleur werd herhaald, is er geen voorspeelstraf.
  2. Als de kleur niet werd herhaald
    mag de leider:
    • eerste mogelijkheid: uw partner gebieden de aangeduide kleur bij de eerste gelegenheid voor te spelen of uit te komen;
    • tweede mogelijkheid: uw partner verbieden de aangeduide kleur bij de eerste gelegenheid voor te spelen of uit te komen. Dit verbod blijft van kracht zolang uw partner aan slag blijft.
    Als u (zie wijziging van de bieding) uw bod van 1♥ wijzigt in 1SA en u wordt tegenspeler, mag de leider uw partner dus gebieden of verbieden om met ♥ uit te komen of om ♥ voor te spelen als het zijn eerste beurt is om te spelen.
  3. Andere ingetrokken biedingen.
    De leider mag uw partner verbieden enige willekeurige kleur bij de eerste gelegenheid voor te spelen of uit te komen. De leider noemt de kleur wanneer uw partner voor het eerst aan slag is. Ook dit verbod blijft van kracht zolang uw partner aan slag blijft. Dit zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren als u heeft zitten slapen en 1SA heeft geboden met 11 punten, merkt dat u zich heeft verteld en 1SA wijzigt in PAS.

Te spelen kaart

Spelen van een kaart

Elke speler, behalve de blinde, speelt een kaart door haar uit zijn hand te nemen en met de beeldzijde naar boven voor zich op tafel te leggen. De uitkomst gebeurt eerst met de beeldzijde naar beneden.

Het spelen uit de blinde

De leider speelt een kaart uit de blinde door haar te noemen. De leider mag ook de kaart zelf opnemen.

Verplicht spelen van een kaart

  • Kaart van een tegenspeler
    Een kaart die zo gehouden wordt, dat partner de beeldzijde zou kunnen zien, is gespeeld. (En moet blijven liggen.)>
  • Kaart van de leider De leider moet een kaart uit zijn hand spelen als ze met de beeldzijde naar boven zo wordt gehouden, dat ze de tafel raakt (of bijna raakt). Of als de kaart zo wordt gehouden dat aangegeven wordt dat de kaart gespeeld is.
  • Kaart van de blinde. Een kaart van de blinde moet worden gespeeld, als ze opzettelijk door de leider is aangeraakt of genoemd.
  • Genoemde of aangeduide kaart. Een kaart moet worden gespeeld, als een speler haar noemt of aanduidt als de kaart die hij wil spelen.

Ten onrechte gespeelde kaart door de blinde

Als de blinde per ongeluk de verkeerde kaart speelt en dit wordt opgemerkt voordat er is gespeeld in de volgende slag wordt de vergissing hersteld. Alle kaarten gaan straffeloos terug.

De blinde duidt een kaart aan

Nadat de blinde zijn hand heeft opengelegd, mag hij zonder opdracht van de leider geen kaarten meer aanduiden of aanraken. Doet hij dit toch, dan moet de wedstrijdleider geroepen worden. Als de wedstrijdleider van oordeel is dat de handeling van de blinde een suggestie inhield, kan hij na afloop van het spel een arbitrale score toekennen. Dit betekent dus dat u als blinde niet een kaart naar voren mag schuiven als u weet dat deze vrij is en twijfelt of uw partner dat nog wel weet.

Slag dichtleggen

Een speler behoort zijn kaart niet dicht te leggen voordat de vier spelers allen in de slag hebben gespeeld.


Dummy: Rechten en Beperkingen

De rechten van de blinde

Als u blinde of dummy wordt heeft u te maken met een zestal onbeperkte en beperkte rechten.

A. Onbeperkte rechten:
  1. U mag, in het bijzijn van de wedstrijdleider, informatie verstrekken over feiten of spelregels.
  2. U mag het aantal gemaakte en niet gemaakte slagen bijhouden.
  3. Spelen in opdracht van de leider, volgens zijn aanwijzigingen. U mag geen speelwijze suggereren.

Deze 3 punten spreken voor zich. U mag als er arbitrage is geroepen informatie geven over wat er is gebeurd.

U mag slagen bijhouden en de kaart spelen die uw partner noemt.

Een vrije kaart die uw partner misschien is vergeten, mag u niet naar voren schuiven!

B. Beperkte rechten:
  1. U mag uw partner vragen, als hij in een slag niet heeft bekend, of hij nog een kaart in de voorgespeelde kleur bezit. U mag dit niet vragen aan een tegenstander.
  2. U mag proberen een onregelmatigheid van uw partner te voorkomen.
  3. U mag de aandacht vestigen op een onregelmatigheid, NA afloop van het spelen.

U mag aan uw partner dus vragen of hij niet verzaakt, maar niet aan uw tegenstanders. U mag bijvoorbeeld voorkomen dat uw partner uit zijn hand speelt als hij aan tafel is. En tenslotte: u mag pas de aandacht vestigen op bijvoorbeeld een verzaking van de tegenstanders, als het spelen is afgelopen.

Als u een overtreding maakt van uw rechten als blinde/dummy krijgt u te maken met straffen (zie beperkingen voor de blinde).

Beperkingen voor de blinde

A. Algemene beperkingen:
  1. U mag de wedstrijdleider niet roepen, tenzij één van de andere spelers de aandacht op een onregelmatigheid al heeft gevestigd.
  2. Tijdens het spelen mag u niet de aandacht vestigen op een onregelmatigheid.
  3. U mag niet deelnemen aan of commentaar geven op het spelen.

Dus: pas als één van de andere spelers bijvoorbeeld heeft geconstateerd dat iemand verzaakt heeft, mag u de wedstrijdleider roepen. Als u ziet dat er wordt verzaakt, mag u dat pas na afloop van het spelen zeggen. U mag niet zelf een vrije kaart spelen, of commentaar geven. Als u als blinde de algemene beperkingen overtreedt, kan het zijn dat u een berisping krijgt of dat de wedstrijdleider besluit een arbitrale score te geven.

B. Beperkingen waaraan een specifieke straf verbonden is:
  1. u mag uw kaarten niet uitwisselen met die van uw partner,
  2. u mag niet opstaan en kijken hoe uw partner het spel speelt,
  3. u mag niet achter de kaarten van uw tegenstanders kijken.

U krijgt te maken met specifieke straffen als u één van de drie hierboven beperkingen heeft overtreden.

Laat uw tegenstander uit zichzelf zijn kaarten aan u zien, dan heeft u niet te maken met beperkingen waar een specifieke straf aan verbonden is.

Specifieke straffen:

We gaan er van uit dat u even achter de kaarten van uw tegenstander heeft gekeken.

  1. Als u nu waarschuwt dat uw partner uit de verkeerde hand voorspeelt, mogen uw tegenstanders bepalen of uw partner moet spelen van tafel of uit zijn hand.
  2. Als u uw partner vraagt of hij verzaakt en dat is inderdaad het geval, dan wordt gedaan alsof de verzaking voldongen is (zie verzaken).
  3. Als u als eerste de aandacht vestigt op bijv. een verzaking van een tegenstander en u had gelijk, dan wordt deze verzaking niet bestraft.

Strafkaart

Wat is een strafkaart?

Een strafkaart is een voortijdig door een tegenspeler getoonde kaart (de leider kan dus nooit een strafkaart krijgen). De strafkaart moet met de beeldzijde naar boven op tafel blijven liggen.

Verschil tussen een grote en een kleine strafkaart.

Een kaart, lager dan een honneur en onopzettelijk getoond (bijv. door per ongeluk laten vallen), wordt een kleine strafkaart.

Elke honneur of elke kaart die met opzet getoond is (bijv. verzaking of spelen voor de beurt) wordt een grote strafkaart.

Behandeling kleine strafkaart

Als iemand een kleine strafkaart heeft, mag hij geen andere kaart van dezelfde kleur, lager dan een honneur, spelen voordat hij de strafkaart heeft gespeeld. Hij mag dus i.p.v. de strafkaart wel een honneur van dezelfde kleur spelen.

Behandeling grote strafkaart

  1. Als de overtreder aan de beurt is om te spelen.
    Een grote strafkaart moet worden gespeeld, zodra dit reglementair mogelijk is.
    Dit spelen kan zijn voorspelen, bekennen, afgooien bij niet bekennen of troeven.
    Bij twee of meer strafkaarten bepaalt de leider welke moet worden gespeeld.
  2. Als de partner van de overtreder aan de beurt is om voor te spelen.
    De partner mag pas voorspelen als de leider heeft gekozen uit de volgende mogelijkheden:
    • De leider kan eisen of verbieden in de kleur van de strafkaart voor te spelen, zolang de partner van de overtreder aan slag blijft. De strafkaart is dan geen strafkaart meer en wordt opgenomen
    • De leider eist of verbiedt niets. De tegenspeler mag elke willekeurige kaart spelen, maar de strafkaart blijft een strafkaart

Voor de beurt

Elke, met de beeldzijde naar boven, voor de beurt voorgespeelde kaart mag worden geaccepteerd. Dit geldt voor zowel de tegenspelers als de leider.

Uitkomst voor de beurt

Wordt er, door een tegenspeler, met de beeldzijde naar boven uitgekomen uit de verkeerde hand, dan heeft de leider de volgende mogelijkheden:

  • de leider wordt dummy en de dummy wordt leider
  • de leider accepteert de uitkomst en blijft leider
  • de leider accepteert de uitkomst niet

Als de leider besluit om dummy te worden, wordt de gespeelde kaart geaccepteerd (dus geen strafkaart) en gaat het spelen gewoon door. Accepteert de leider de uitkomst, dan gaat het spelen verder en volgt er geen straf. De leider blijft leider en hij/zij speelt de tweede kaart in de slag uit de hand. Als de leider de uitkomst niet accepteert wordt de gespeelde kaart een grote strafkaart en moet uit de juiste hand worden uitgekomen.

Voorspelen voor de beurt

Door de leider:

Als de leider uit de dummy of hand voor de beurt voorspeelt, terwijl het de beurt was van een tegenspeler, mag elk van de beide tegenspelers dit accepteren. Als één van de tegenspelers de gespeelde kaart niet accepteert, gaat de gespeelde kaart straffeloos terug. De leider en de dummy krijgen namelijk nooit een strafkaart. Ook als de leider uit zijn hand moest spelen, maar een kaart in de dummy noemt of andersom, mogen de tegenspelers de genoemde kaart accepteren. Gaan zij echter niet akkoord, dan moet de leider vanuit de hand voorspelen.

Door een tegenspeler:

Wanneer de leider een voor de beurt voorgespeelde kaart niet accepteert wordt de gespeelde kaart een grote strafkaart en moet uit de juiste hand worden uitgekomen.

Denk eerst na voordat u een besluit neemt als er uit de verkeerde hand wordt voorgespeeld. Het kan gunstig zijn om de gespeelde kaart te accepteren of dummy te worden. Ga niet akkoord met een snel teruggestoken kaart, maar roep de arbiter. Zoals u heeft gelezen zijn er nogal wat mogelijkheden voor de leider. Maar ook voor een tegenspeler kan het voordelig zijn een voor de beurt voorgespeelde kaart te accepteren.


Inzien slagen

De leider of elke tegenspeler mag verlangen dat alle gespeelde kaarten in de lopende slag nogmaals worden getoond. Er moet echter aan 2 voorwaarden worden voldaan:

  • de kaart van de vrager moet nog met de beeldzijde naar boven op tafel liggen (of vastgehouden)
  • zijn eigen partij mag nog niet hebben voor- of bijgespeeld in de volgende slag.

Dit betekent dus, dat u niet mag vragen of u de slag nog een keer mag zien als uw kaart al dichtgelegd is. U hoeft ook niet in te gaan op het verzoek van een speler (die zijn kaart al dichtgelegd heeft) uw kaart nogmaals te laten zien.

Deze overtreding wordt nogal eens begaan door de leider die nog een keer wil kijken of iedereen heeft bekend bijvoorbeeld bij het troeftrekken.

Ook tegenspelers draaien hun dichtgelegde kaart soms om met de vraag of ze de kaart van hun partner mogen zien. Dit om te kijken wat er geseind is.